Rasstandaard


FCI-STANDAARD N° 162 / 14. 05. 2007
LAND VAN OORSPRONG
Groot Brittannie

GEBRUIK
Renhond.

FCI CLASSIFICATIE
Groep 10 Windhonden / Sectie 3 Kortharige windhonden / Zonder werkproef.

ALGEMEEN VOORKOMEN
Evenredige combinatie van spierkracht en sterkte met sierlijke, elegante belijning. Gebouwd voor snelheid en werk. Alle vormen van overdrijving dienen te worden vermeden.

GEDRAG / TEMPERAMENT
Een ideale metgezel. Bezit een groot aanpassingsvermogen in zowel huiselijke als sportieve omgeving. Zachtaardig, aanhankelijk, evenwichtig karakter.

HOOFD
SCHEDELDEEL
Schedel: Lang en droog, van boven vlak, naar de neus smaller toelopend, tamelijk breed tussen de ogen.
Stop: Licht.

AANGEZICHTSDEEL
Neus: Zwart. Bij een blauwe vachtkleur een blauwachtige neus. Bij een leverkleurige vacht een leverkleurige neus. Bij zandkleur, crème of andere verdunde vachtkleuren elke kleur behalve rose. Alleen bij witte of bonte honden is een vlinderneus toegestaan, maar niet een neus zonder enig pigment.
Mond: Sterke kaken, krachtig en scherp besneden met een perfect schaargebit, dit wil zeggen de tanden van de bovenkaak moeten goed sluitend over de tanden van de onderkaak passen en rechtstandig in de kaak zijn geplaatst.
Ogen: Ovaal, helder, zeer wakkere uitdrukking.
Oren: Roosvormig, klein, fijn van samenstelling.

HALS
Lang, gespierd, sierlijk gebogen.

LICHAAM
Bovenbelijning:  De hond toont een sierlijke welving over de lendenen, maar is niet gebocheld.
Rug: Breed, goed gespierd, stevig, ietwat lang.
Lendenpartij: Geeft een indruk van kracht en vermogen.
Borst: Zeer diep met volop ruimte voor het hart, borstkas duidelijk belijnd. Ribben goed gewelfd, gespierd over de rug.
Buik: Duidelijk opgetrokken.

STAART
Geen bevedering. Lang, geleidelijk dun uitlopend, in actie in een licht opwaartse boog gedragen, echter niet hoger dan de rug.

LEDEMATEN
VOORHAND
Voorbenen recht en rechtstandig, het front niet te breed.
Schouders: Schuin geplaatst en gespierd, de schouderbladen doorlopend tot de bovenkant van de wervelkolom, waar zij zich duidelijk aftekenen.
Ellebogen: Goed onder het lichaam geplaatst.
Middenvoet: Sterk met lichte vering.

ACHTERHAND
Krachtig. De hond is in staat veel grond te beslaan.
Dijen: Breed.
Knieën: Goed gehoekt.
Tweede dij: Goed ontwikkeld.
Hakken: Goed laag geplaatst.

VOETEN
Welgevormd, goed ingesneden tussen de tenen, kootjes goed gebogen, voetzolen dik en sterk.

GANGWERK / BEWEGING
Volledig vrij gangwerk. Beweegt van opzij gezien met lange, gemakkelijke passen, met behoud van bovenbelijning. De voorbenen moeten ruim naar voren worden gebracht, laag over de grond, de achterbenen worden goed onder het lichaam gebracht om grote stuwkracht te ontwikkelen. De algemene beweging mag niet houterig, steppend, kort of trippelig zijn. Zuiver in het komen en gaan.

VACHT
BEHARING
Fijn, kort, dicht in structuur.
KLEUR
Iedere kleur of combinatie van kleuren.

MAAT
Schofthoogte: Reuen: 47-51 cm (18,5-20 inch) / Teven: 44-47 cm (17,5-18,5 inch).

FOUTEN
Iedere afwijking van voorgaande punten moet als fout worden aangemerkt en de ernst waarmee de fout wordt beoordeeld moet precies overeenkomstig de graad daarvan zijn en de invloed ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

ELIMINERENDE FOUTEN
Agressief of overmatig schuw. Honden die lichamelijk of qua gedrag duidelijke abnormaliteiten vertonen worden gediskwalificeerd.

N.B. Mannelijke dieren moeten twee klaarblijkelijk normale testikels hebben, die volledig zijn ingedaald in het scrotum.